maandag 26 september 2011

Vergeten Vespers

hoofdstuk 1

Een galmende klap laat broeder Winfridus de lange stenen gang in kijken. Er werd een deur hard dichtgeslagen en dat irriteert hem. Hij blijft even staan om te luisteren of hij aan het wegstervende geluid kan achterhalen wie dat was geweest. De kou van de ingesleten stenen vloer trekt door zijn schoenen en knijpt in zijn kuiten. Hij kan zich niet herinneren dat hij zich zoiets vroeger gewaar was geweest en dat terwijl hij zomer en winter op sandalen had gelopen. De deur van zijn cel piept wanneer hij uiteindelijk naar binnen gaat, hij zal deze niet meer voor de metten[1] verlaten. De gebedentijden houd hij aan, al was het maar als voorbeeld voor de andere broeders die samen met hem hebben gekozen voor het wonen in dit oude klooster. Van de negenentwintig broeders uit zijn kloosterorde die er vorig jaar min of meer toe waren gedwongen om te verhuizen naar het nieuwe moderne wooncomplex voor religieuzen in ruste, waren er uiteindelijk twaalf met hem mee gegaan. Het luxe wooncomplex waar ze allemaal zouden gaan wonen had gelegen in het centrum van de stad en was in opdracht van de bisschop gebouwd.
‘Het is een modern gebouw met mooie comfortabele eenpersoonskamers, het geeft uitzicht op een levendig stadsdeel vlak achter de kathedraal en het is voorzien van alle gemakken. Ook is er een verwarmde kapel met mooi zacht licht, waar U kunt bidden en mediteren, er zijn half gestoffeerde banken plus geluidsversterking’ had de jonge ambitieuze en overduidelijk niet religieuze directeur hen in een gelikte en enigszins dwingende samenkomst voorgehouden.




[1] Gebedentijd 1700u

zaterdag 24 september 2011

Consult

De dokter zwijgt terwijl hij achterover in zijn Gispen bureaustoel leunt.
‘Tja’ zegt hij dan enigszins besluiteloos
‘Ik heb met de internist gesproken en ziet er niet goed uit, ronduit zorgelijk. De foto’s en het weefselonderzoek bevestigen ons vermoeden. Na die woorden richt hij zijn blik op het beeldscherm en gaat dan verder.
“Wij zullen doen wat we kunnen, bestralingen, chemokuren en desnoods operatief weghalen van wat al te veel is aangetast. Maar veel hoop hebben we eerlijk gezegd niet. Het is aan u om rigoureus aan de slag te gaan en misschien, met de nadruk op misschien, is er een kleine kans dat u het red.

Mijn evenaar bolt wat op en ik buig met mijn Noordpool richting zijn bureau ten teken dat ik alle belangstelling heb voor zijn aankomende adviezen.
En’ zegt hij terwijl hij bezorgt naar mijn Europa en de verenigde staten kijkt, ‘U bent echt veel te zwaar. Vooral in het westen.
Dit betekend voor u Meneer Mensheid.
Stop onmiddellijk met roken.
Geen c02 uitstoot meer
Stop de plastic productie en begin onmiddellijk met het verwijderen er van uit de oceanen.
Beperk geboorte aan was.
Laat de watervervuiling snel stoppen, uw rivieren en luchtwegen zijn zwaar vervuilt u hart draait overuren

Maar het allerbelangrijkste is, vind een oplossing voor de economische groei.
U als aarde heeft alleen iets aan stabiliteit! Wat groeien, betreft, dat kan alleen nog geestelijke. Intellectuele of voor mij part spirituele, maar consumptiegroei is voor u taboe! Materieel gezien bent u al ver over de top. Begin eens met delen en stop met graaien.

De dokter gaat recht opzitten en zet zijn PC uit, haalt dan uit zijn bureaulade twee glazen en een fles schotse whisky, en zegt ’Maar als ik eerlijk ben geef ik u weinig kans. De bril die hij dan langzaam afneemt en voor zich op het bureau legt, is net als de toon waarop hij spreekt zo zwart bakeliet.

Thuis vind ik via google, ‘Sneller dan licht” een interstellair reisorganisatie…Ik bestel enkelreisjes,
Ik heb er nog een paar over…iets voor U?




zondag 28 augustus 2011

Fragment 1

1
Eerste dag (zondagmiddag)




Tegenover het middeleeuwse kerkje ligt het café of eigenlijk is het meer een herberg. Links naast de ingang is een raam met twaalf ruitjes en groen-wit geschilderde houten luiken. Rechts van de ingang zijn nog drie zulke ramen, wat de herberg uiteindelijk haar middeleeuws uiterlijk geeft. De bovenverdieping telt vier ramen zonder luiken en het dak draagt felrode pannen, die afsteken tegen de witgepleisterde muren. Voor de herberg staan drie nagenoeg identieke lindebomen. Wanneer ik mijn fiets onder de gigantische beukenboom tegen de resten van het stenen muurtje voor de kerk heb gezet en richting de ingang loop, lees ik het bordje 'Tapvergunning' en ernaast de met de hand geschreven letters:

Café Walraven
Anno 1645

Boven de deur hangt een oud, geëmailleerd reclamebord van Oranjeboombier. Het is zondagmiddag, hoogzomer en het is zeker tweeëndertig graden. Het pleintje dat ik zojuist overstak richting het café, is eigenlijk meer een grote T-splitsing. Het is doodstil in het dorp, waardoor mijn voetstappen zachtjes galmen tegen de gepleisterde gevels. Het lijkt uitgestorven. Hier ben ik voor gekomen, dit wil ik fotograferen. De verlaten straten en de stilte van de zondagsrust. Het schijnbaar onveranderbare negentiende-eeuwse karakter van deze plattelandsgemeenschap. De landerijen en de boerenhoeven. Het bezoek dat ik vorig jaar met mijn vrouw aan het klooster en het internaat uit mijn jeugd bracht, veroorzaakte een  ommezwaai in mijn fotografie. Of in ieder geval in mijn manier van kijken. Waar ik voorheen het unieke moment of een mooie compositie probeerde vast te leggen, zag ik plots het verhaal. Ik zag het in de details en in de rondschuifelende monniken. Het verhaal werd verteld door de gedeukte gamellen, opgestapeld in de oude, vervallen keuken. Ik zag het in de door duizenden uren van devotie uitgesleten kerkvloer toen de zon door de glas-in-lood ramen scheen.
Omdat mijn vrouw voor een moeilijk familiebezoek met haar zus naar Canada moest en mijn kinderen op een leeftijd zijn waarop ze liever zelfstandig hun vakantie doorbrengen, besloot ik het dorp uit mijn jeugd te bezoeken. Het is lang geleden dat ik er geweest ben. Ik schat ongeveer vijfendertig jaar. Hoewel nu ik er over nadenk, ben ik er op weg naar een begrafenis nog eens doorheen gereden. Het was een regenachtige, sombere winterdag en het Zeeuwse landschap kwam zwaarmoedig door de voorruit naar binnen. Ik voelde geen behoefte om te stoppen. Ik zag in het voorbijgaan bekende plekken die ongevraagd herinneringen opriepen. In tegenstelling tot tijdens die koude begrafenis is het nu broeierig warm. Zou een mens zich ten tijde van warmte meer herinneren, vraag ik me af.
Het dorp lijkt niet veranderd. Er zijn nog steeds twee kerken, een Katholieke en een Protestantse, en een lagere school die nu wordt verbouwd tot dorpshuis. Ik zag de bakkerij waar de dove bakkersknecht zo hard werkte, dat ik er als kind bang van werd. Hij stootte onverstaanbare klanken uit en hij bewoog zich alsof hij spastisch was. Hij had een bordje S/H achter op zijn fiets en kwam ons briesend achterna toen  'The King' en ik de kauwgomballenautomaat aan de gevel van de bakkerij volpropten met rotjes en deze lieten exploderen. Het regende minutenlang kauwgomballen. Eerst de ballen die recht naar beneden vielen, gevolgd door diegenen die via de dakpannen op straat stuiterden. 'The King' was mijn vriendje, zo genoemd omdat zijn naam 'Kees' zo klonk als hij hem zelf uitsprak. Hij was geboren met een hazenlip. Het dorp bestaat verder uit de hoofdstraat, een paar zijstraten en een dreef, een begraafplaats en een sportveld. Het is een klein, haast onveranderbaar Zeeuws dorp in de zak van Zuid-Beveland. In mijn herinnering bevolkt door boeren, ambachtslieden, werkvolk en een paar notabelen. En dat lijkt nu nog steeds zo te zijn.
Nadat ik het plein en het kerkje heb gefotografeerd, loop ik richting het café en zie dat de deur openstaat. Zou het café überhaupt nog als café functioneren? Ik besluit naar binnen te gaan. Een kleine, stenen trap brengt me in de L-vormige ruimte. Links zie ik onder vieze, oude lakens iets wat een jukebox zou kunnen zijn en er staat ook een biljart. Daar bovenop liggen verkleurde reclameparasols. Recht voor me is een bar of eigenlijk een oude toog, waarachter de barkrukken, samen met een paar scheefgezakte kartonnen dozen, staan opgestapeld. Alles zit onder een grijze stoflaag. Rechts van me staan kleine cafétafeltjes met verschoten tafelkleedjes langs de wanden. Aan de wanden hangen wat zwart-wit foto's, een paar Zeeuwse landschapjes en verouderde reclameboodschappen. Er staat een prijzenkast van 'Boogschietvereniging Willem Tell' (staande en liggende wip). De toog draait met de L-vorm mee naar achteren, waar een lange kaarttafel staat met een laptop en een kop koffie erop. Er brandt een sigaret in een verder lege asbak; de rook kringelt sierlijk omhoog. Er moet dus iemand zijn.
Wanneer ik naar binnen loop, stap ik gelijk veertig jaar terug in de tijd. Hoewel het eerder een opslagruimte lijkt, komen toch snel de herinneringen aan het oude café bij me boven. Als kind heb ik hier met klasgenootjes mijn eerste speelfilm gezien. Afgespeeld op een laken aan de wand. De voorstelling begon met Stan Laurel en Oliver Hardy in zwart-wit en werd gevolgd door een film over een eiland waar drenkelingen vochten met prehistorische monsters. Ik kon mijn ogen niet geloven. In de winter schoot men hier vanuit het achterraam met pijl en boog op een liggende wip in de tuin van het café. Soms was ik de pijlenraper. Dan haalde ik de afgeschoten pijlen op in de tuin en deponeerde die in de daarvoor bestemde mand. Het was dan altijd druk bevolkt met somber geklede mannen in een mist van rook.
Het café is nog steeds hetzelfde als toen, maar het toont  kleiner dan in mijn herinnering.
Tegenover de kaarttafel zijn twee deuren, Een deur met 'Toilet' en de andere met 'Privé'. Ik zou het interieur van dit café willen fotograferen, maar ik doe het toch maar niet.



waarschijnlijk Cafe Walraven

donderdag 4 augustus 2011

Cafe Walraven

Maandagmorgen om 7 uur haal ik mijn zoon en dochter op om naar Café Walraven te reizen. Café Walraven is mijn laatste roman, en is gemodelleerd na een bestaand café. Het is een herberg uit 1680 in het hart van de zak van Zuid-Beveland. Een foto wil ik maken voor op de omslag van mijn roman. Het regent en flink ook op weg naar Bergen op Zoom, maar niets kan ons deren . Ze vinden het gezellig en het is vakantie en nog niet veel te doen. In mij huist alleen de gedachten hoe het verder moet met mijn roman Café Walraven. Heb ik de juiste keuzes gemaakt?. Daar gaat het in het boek ook over. Keuzes.  Uitgeverij AquaZZ.com is een gok. Een gok uit frustratie. Mijn eerste uitgever beloofde mijn roman ‘De teloorgang van Jacob” uit te brengen. Een heus contract werd getekend en niet veel later ook een e-reader contract. Het bleek bekent bij zijn auteurs als goed maar traag, heel traag Het duurt lang! Een lange adem is een overlevings noodzaak bij deze uitgever. Ik schreef en schreef. Kreeg ervaring en inzicht. Waarna Sadhoe verscheen. Een triller die u ooit als boek voorgeschoteld gaat krijgen. Toen op een dag passeerde ik na 35 jaar Café Walraven en wist gelijk, dat is mijn nieuwe roman. Een verhaal over de zak van Zuid-Beveland. Over een dorp in zeeland, over de dijken en de schelde. Over volwassen worden en de dood. Morgens vroeg( 5 uur of half 6) schreef ik. Avonds streepte ik weg. Het schreef als vanzelf zichzelf en de aanslagen waren niet bij te houden.

Drie romans op papier in nulletjes en eentjes. Maar wat nu?

AquaZZ oogde sympathiek, drong niet aan en ik proefde geen winstoogmerk. Angelique bleek creatief en hulpvaardig en nu presenteer ik binnen kort.   Café Walraven      Nog heel even.  
Café Walraven

'De teloorgang van Jacob'zal u niet omthouden worden. en hopenlijk dit jaar nog verschijnen